Hoe een warmtenet je in de kou kan laten staan

Warmtenetten, een “duurzaam” energiesysteem in opkomst. Het belooft te zorgen voor goedkope warmte die veel uitstoot moet besparen. Herhaaldelijk wordt door (progressieve) bestuurders gesteld dat dit dé weg is voor de toekomst. Echter blijken veel praktijkvoorbeelden daar helemaal niet op te duiden. En wanneer er gevraagd wordt naar een succesvol project, wijst een ambtenaar naar een project waar een gemeenteraad mee heeft ingestemd, zonder ook maar een seconde te kijken naar de daadwerkelijke impact van het project.

Hoe werkt een warmtenet?

In essentie komt een warmtenet erop neer dat een bedrijf met veel overtollige warmte, zoals bijvoorbeeld een afvalverwerkingscentrale, water opwarmt als een soort cv-ketel. Vervolgens wordt het warme water naar huizen of gebouwen gepompt via ondergrondse buizen om af te geven aan kranen en radiatoren. Hierdoor is bijvoorbeeld geen gas meer nodig om water op te warmen.

Waarom warmtenetten vooral in dichtbebouwde wijken komen

Een voorwaarde om dit succesvol te maken is dat deze huizen en gebouwen dicht bij elkaar staan. Daarom komen warmtenetten vaak terecht in wijken met veel sociale huurwoningen, die dichter op elkaar staan dan villa’s. Anders lekt te veel warmte weg. Dit zou dan ook de warmtenetten goedkoper moeten houden, aangezien de initiële aanleg veel geld kost. En daar zit ook gelijk de crux.

In deze dichter bebouwde wijken wonen vaak mensen met een relatief lager inkomen. Zeker met de reeds hogere energieprijzen is het voor veel gezinnen niet te doen om nog meer te moeten betalen voor energie. En nu blijkt dat “goedkope” warmtenet ook helemaal niet goedkoop te zijn. Vooral de vaste kosten zijn erg hoog. Hierdoor kun je niet meer zeggen: "Ik zet de kachel wat lager om geld te besparen"; die vaste kosten moet men sowieso betalen. Het systeem is dus niet goedkoper, maar in de praktijk bijna altijd duurder. In de ogen van JA21: veel te duur.

Afhankelijkheid en het monopolieprobleem

Een ander risico van een warmtenet is het feit dat bewoners met warmtenetten worden overgeleverd aan één warmteleverancier en daarmee ook een soort monopolist. Om dit op te vangen, is de Wet collectieve Warmte (WcW) aangenomen. Hiermee worden maximale prijzen afgesproken en moeten warmtenetten voor minstens 50% in publieke handen komen. Dit zou de kosten moeten drukken en afhankelijkheid moeten verminderen.

Echter zijn in de praktijk de prijzen nog steeds niet lager. Ook is de afhankelijkheid onverminderd. Het warmtenet is dan wel gedeeltelijk in publieke handen, het is nog steeds afhankelijk van één warmteproducent. Overstappen naar een ander is daarbij onmogelijk. Ook is er vaak helemaal niet gekeken naar wat er moet gebeuren als een warmteproducent, vanwege diezelfde duurzaamheidsdoelen, haar bedrijf moet sluiten.

Conclusie

Warmtenetten zijn op papier een heel mooi idee, maar stuiten in de praktijk op simpelweg veel te veel problemen. Het is duur en als je eraan zit, is er geen alternatief meer. Men kan het én niet uitzetten én niet kiezen voor een alternatieve leverancier.

Jaimy Meyer, Fractievolger JA21 Gelderland